Kopieermachine
De machine waarmee je documenten kan dupliceren heeft veel verschillende benamingen gekregen. De meest bekende zijn wel copier, fotokopieerapparaat, kopieermachine, kopieerapparaat, kopieertoestel en nog enkele minder vaak gebruikte termen. Deze machine doet in wezen fotokopieren of ook wel fotokopien maken genoemd. De modernste modellen van kopiermachines lijken veel op de laserprinter. Meestal zijn het apparaten waarin 2 apparaten zit. Een laserprinter en een scanner.
Met een kopieermachine zal een optische scanner het origineel op een daarvoor bestemde elektrisch geladen rol projecteren. Dan zal er toner overheen gaan dat bestaat uit kleine poederstof die een beeld vormt op de geladen rol. In moderne kopieermachines zal gebruikt worden gemaakt van een extra stap omdat de scanner eerst het beeld in zijn geheugen zal inlezen en daarna pas de daadwerkelijke afdruk zal gaan plaatsvinden. De puristen bleken geen gelijk te krijgen er werd al snel duidelijk dat er nieuwe mogelijkheden zaten in de voordelen van deze manier. Opeens was er de mogelijkheid ontstaan om in te grijpen in het proces tijdens het scannen van de afbeelding en het echte afdrukken waardoor men instaat was verbeteringen aan het eindresultaat te kunnen verrichten in de vorm van belichtingscorrectie's zoals contrast of andere wenselijke wijzigingen. Opeens was het mogelijk om het eindresultaat te vergroten, te verkleinen, contrast te regelen en nog vele aanpassingen die voorheen niet mogelijk waren.
Je kunt als je een scanner hebt en een laserprinter dit ook al kopieermachine gebruiken. Sommige fabrikanten bouwen dus deze 2 in 1 apparaat en bieden zo dezelfde mogelijkheden als een traditioneel kopieerapparaat.
Een faxapparaat is in wezen een kopieerapparaat waarbij men het document inscant. Men print hier niet naar papier maar naar een afbeeldingsformaat, meestal TIFF, dat men via het ingebouwde modem naar een faxlijn verstuurd.
Geschiedenis van de kopieermachine
De kopieermachine werd uitgevonden door James Watt. Rond 1781 heeft hij namelijk het eerste patent toegewezen gekregen. Door zijn omschrijving van het patent werd snel duidelijk dat kopieren niet zo moeilijk was. In het begin deed men het origineel document beschrijven met een inkt dat op gelatine lijkt. Dan moest dit document tegen vochtig kopieerpapier worden geplaatst. Men deed dan de volgende stap. Deze 2 tesamen door 2 rollen persen. De inkt van het origineel werd dan door het kopieerpapier geperst zodat het aan de andere kant zichtbaar werd. Dit had wel als resultaat dat door het drukken er veel van kwaliteit verloren gaat en deze afdrukken bleek uitzien. Door het ontwikkelen van betere inkt kon men de resultaten al sneller verbeteren. Zo was men opeens instaat om meerdere afdrukken van 1 origineel te maken. Het dupliceren kon steeds beter uitgevoerd worden. Het kopieren van een origineel naar een kopie had men redelijk onder de knie. De echte doorbraak was dat men een origineel nam en deze in veelvoud te kopieren.
Nadeel was dat alleen 'verse' documenten gekopieerd konden worden. Rond 1840 kwam men op het idee om kopien te maken door het gebruik van lichtgevoelig papier. Deze technieken stonden als basis voor de ontwikkeling van nieuwe technieken. Blueprinting is hier uit voortgekomen maar ook de Photostat-machine van Kodak.
Doordat men eigenlijk altijd met 'natte' documenten moest werken worden de eerste generatie kopieermachine ook natkopieerde genoemd. Doordat het papier met een vloeistof werd behandel kwam het nat uit de machine. Als het uit de machine kwam moest het eerst een tijd drogen. Dit soort kopien waren niet bruikbaar voor archiveren omdat je ze niet goed kon bewaren. De tekst vervaagde, de vellen papier gingen makkelijk aan elkaar kleven. Door de invloed van daglicht veranderde de kopie in paars.
Chester Carlson was een Amerikaanse advocaat die in 1937 de eerste droge kopieermachine had uitgevonden. Het schijnt dat meer dan 20 bedrijven zijn idee afwezen. In 1944 vond hij eindelijk een partner in de vorm van Haloid die deze techniek wel zag zitten en wilde doorontwikkelen met hem.
Carlson noemde dit kopieerproces "xerografie", afgeleid van het Griekse 'droog schrijven'. In 1948 werd de naam Xerox als handelsnaam geregistreerd, door Haloid trouwens. In sommige delen van de USA gebruikt men nog steeds de term xerox als synoniem voor kopieren. In 1949 kwamen de eerste kopieermachines op de markt. Deze kopieermachines waren volgens het droge principe op basis van statische elektriciteit.
Hoe werkt dit dan?
In hoogvolume apparaten is dit een band bij de kleinere modellen een rol die voorzien wordt van elektrostatische lading. Hierna wordt de rol belicht met de afbeelding van het origineel. Op de plekken waar het licht komt zal de statische lading wegvallen. Hierna wordt er droge 'inkt' (toner, een heel fijn poeder) op de rol aangebracht, die alleen op de geladen delen van de rol (die dus in het origineel ook donker waren) door de elektrostatische aantrekkingskracht blijven 'plakken'. Dan wordt een blanco vel papier sterk geladen en langs de rol gevoerd. Zo zal het papier de toner van de rol trekken waardoor de kopie is gebeurd. Hou er wel rekening mee dat zich op dit moment de toner nog los op het papier bevind. Als laatste laat men het papier langs de warmtebron gaan die ervoor zorgt dat de toner smelt en dus vast komt de zitten aan het papier. Je kopie is dan klaar. Op het moment dat je een kopieermachine open gaat maken ten behoeve om een toner te wisselen of een paperjam (storing) zie je de stickers wel zitten die je waarschuwen voor de extreem warme onderdelen. Raak deze niet aan, je huid zal zo smelten zo heet is dat.
In kleur kopieren
De regering was niet blij met de komst van de mogelijkheid om te kunnen kopieren in kleur. Men was bang voor het geld en de identiteitspapieren. De fabrikanten zagen zich al snel genoodzaakt om hier maatregelingen voor in te bouwen om fraude te kunnen tegengaan. Zo zijn er microprints. Je moet je voorstellen dat een microprint een tekst is die alleen te waarnemen is met een vergrootglas of een microscope. De tekst zou dan kunnen zijn "Gemaakt met serienummer 1123455". Veel fabrikanten hebben het bestaan van microprint ontkend. Veel fabrikanten drukken dit af in geel wat sowieso moeilijk te zien is voor het menselijk oog. Je hebt ook andere varianten op de microprint. Zo zijn er ook fabrikanten die puntjes afdrukken. Door middel van deze punten weten de fabrikanten welk apparaat de afdruk heeft gedaan. Een betere benaming die men hiervoor gebruikt is microdots. Microdots kun je vergelijken met barcode. Let dus op als je kleurenkopien gaat verspreiden..
Kopieerheffing
De georganiseerde ondernemers en de stichting Reprorecht doen elk jaar een overeenstemming treffen over reprorechtregeling. De ondernemers zullen dit jaar samen 15 miljoen per jaar gaan betalen aan kopieerheffingen terwijl dit vorig jaar nog 80 miljoen euro was. Hiervoor tekenden VNO-NCW, MKB Nederland en de Stichting Reprorecht een akkoord in Den Haag.
Nieuw is dat ondernemers zonder een copier ook niks hoeven te betalen. Als je minder dan 20 werknemers hebt zijn je kopieerkosten jaarlijks in euro 15,62. De bedrijven met waarschijnlijk een hoog kopieergedrag, men noemt als voorbeeld banken, accountants en advocaten, zullen afhankelijk hoeveel medewerkers zij in dienst hebben een minimum van 150 euro tot maximaal 4350 euro per jaar aan kopieerkosten moeten betalen. Grote bedrijven die niet zoveel kopieren, zoals bijvoorbeeld metaalbedrijven en fabrieken zullen minimaal 100 euro en maximaal 2900 euro per jaar moeten betalen.
Sinds 1 februari 2003 verplicht men alle bedrijven die in Nederland zijn gevestigd en vergoeding te betalen zodra men kopien wenst te maken waar eventueel auteursrechten op van toepassing zijn. Vooral hoe men tot de berekening kwam zorgde voor ophef. Ondernemers waren van mening dat de stichting Reprorecht qua inschattingen te ruim was gegaan. Bedrijven kregen hoge aanslagen maar waren niet instaat om dit te controleren.
Met een kopieermachine zal een optische scanner het origineel op een daarvoor bestemde elektrisch geladen rol projecteren. Dan zal er toner overheen gaan dat bestaat uit kleine poederstof die een beeld vormt op de geladen rol. In moderne kopieermachines zal gebruikt worden gemaakt van een extra stap omdat de scanner eerst het beeld in zijn geheugen zal inlezen en daarna pas de daadwerkelijke afdruk zal gaan plaatsvinden. De puristen bleken geen gelijk te krijgen er werd al snel duidelijk dat er nieuwe mogelijkheden zaten in de voordelen van deze manier. Opeens was er de mogelijkheid ontstaan om in te grijpen in het proces tijdens het scannen van de afbeelding en het echte afdrukken waardoor men instaat was verbeteringen aan het eindresultaat te kunnen verrichten in de vorm van belichtingscorrectie's zoals contrast of andere wenselijke wijzigingen. Opeens was het mogelijk om het eindresultaat te vergroten, te verkleinen, contrast te regelen en nog vele aanpassingen die voorheen niet mogelijk waren.
Je kunt als je een scanner hebt en een laserprinter dit ook al kopieermachine gebruiken. Sommige fabrikanten bouwen dus deze 2 in 1 apparaat en bieden zo dezelfde mogelijkheden als een traditioneel kopieerapparaat.
Een faxapparaat is in wezen een kopieerapparaat waarbij men het document inscant. Men print hier niet naar papier maar naar een afbeeldingsformaat, meestal TIFF, dat men via het ingebouwde modem naar een faxlijn verstuurd.
Geschiedenis van de kopieermachine
De kopieermachine werd uitgevonden door James Watt. Rond 1781 heeft hij namelijk het eerste patent toegewezen gekregen. Door zijn omschrijving van het patent werd snel duidelijk dat kopieren niet zo moeilijk was. In het begin deed men het origineel document beschrijven met een inkt dat op gelatine lijkt. Dan moest dit document tegen vochtig kopieerpapier worden geplaatst. Men deed dan de volgende stap. Deze 2 tesamen door 2 rollen persen. De inkt van het origineel werd dan door het kopieerpapier geperst zodat het aan de andere kant zichtbaar werd. Dit had wel als resultaat dat door het drukken er veel van kwaliteit verloren gaat en deze afdrukken bleek uitzien. Door het ontwikkelen van betere inkt kon men de resultaten al sneller verbeteren. Zo was men opeens instaat om meerdere afdrukken van 1 origineel te maken. Het dupliceren kon steeds beter uitgevoerd worden. Het kopieren van een origineel naar een kopie had men redelijk onder de knie. De echte doorbraak was dat men een origineel nam en deze in veelvoud te kopieren.
Nadeel was dat alleen 'verse' documenten gekopieerd konden worden. Rond 1840 kwam men op het idee om kopien te maken door het gebruik van lichtgevoelig papier. Deze technieken stonden als basis voor de ontwikkeling van nieuwe technieken. Blueprinting is hier uit voortgekomen maar ook de Photostat-machine van Kodak.
Doordat men eigenlijk altijd met 'natte' documenten moest werken worden de eerste generatie kopieermachine ook natkopieerde genoemd. Doordat het papier met een vloeistof werd behandel kwam het nat uit de machine. Als het uit de machine kwam moest het eerst een tijd drogen. Dit soort kopien waren niet bruikbaar voor archiveren omdat je ze niet goed kon bewaren. De tekst vervaagde, de vellen papier gingen makkelijk aan elkaar kleven. Door de invloed van daglicht veranderde de kopie in paars.
Chester Carlson was een Amerikaanse advocaat die in 1937 de eerste droge kopieermachine had uitgevonden. Het schijnt dat meer dan 20 bedrijven zijn idee afwezen. In 1944 vond hij eindelijk een partner in de vorm van Haloid die deze techniek wel zag zitten en wilde doorontwikkelen met hem.
Carlson noemde dit kopieerproces "xerografie", afgeleid van het Griekse 'droog schrijven'. In 1948 werd de naam Xerox als handelsnaam geregistreerd, door Haloid trouwens. In sommige delen van de USA gebruikt men nog steeds de term xerox als synoniem voor kopieren. In 1949 kwamen de eerste kopieermachines op de markt. Deze kopieermachines waren volgens het droge principe op basis van statische elektriciteit.
Hoe werkt dit dan?
In hoogvolume apparaten is dit een band bij de kleinere modellen een rol die voorzien wordt van elektrostatische lading. Hierna wordt de rol belicht met de afbeelding van het origineel. Op de plekken waar het licht komt zal de statische lading wegvallen. Hierna wordt er droge 'inkt' (toner, een heel fijn poeder) op de rol aangebracht, die alleen op de geladen delen van de rol (die dus in het origineel ook donker waren) door de elektrostatische aantrekkingskracht blijven 'plakken'. Dan wordt een blanco vel papier sterk geladen en langs de rol gevoerd. Zo zal het papier de toner van de rol trekken waardoor de kopie is gebeurd. Hou er wel rekening mee dat zich op dit moment de toner nog los op het papier bevind. Als laatste laat men het papier langs de warmtebron gaan die ervoor zorgt dat de toner smelt en dus vast komt de zitten aan het papier. Je kopie is dan klaar. Op het moment dat je een kopieermachine open gaat maken ten behoeve om een toner te wisselen of een paperjam (storing) zie je de stickers wel zitten die je waarschuwen voor de extreem warme onderdelen. Raak deze niet aan, je huid zal zo smelten zo heet is dat.
In kleur kopieren
De regering was niet blij met de komst van de mogelijkheid om te kunnen kopieren in kleur. Men was bang voor het geld en de identiteitspapieren. De fabrikanten zagen zich al snel genoodzaakt om hier maatregelingen voor in te bouwen om fraude te kunnen tegengaan. Zo zijn er microprints. Je moet je voorstellen dat een microprint een tekst is die alleen te waarnemen is met een vergrootglas of een microscope. De tekst zou dan kunnen zijn "Gemaakt met serienummer 1123455". Veel fabrikanten hebben het bestaan van microprint ontkend. Veel fabrikanten drukken dit af in geel wat sowieso moeilijk te zien is voor het menselijk oog. Je hebt ook andere varianten op de microprint. Zo zijn er ook fabrikanten die puntjes afdrukken. Door middel van deze punten weten de fabrikanten welk apparaat de afdruk heeft gedaan. Een betere benaming die men hiervoor gebruikt is microdots. Microdots kun je vergelijken met barcode. Let dus op als je kleurenkopien gaat verspreiden..
Kopieerheffing
De georganiseerde ondernemers en de stichting Reprorecht doen elk jaar een overeenstemming treffen over reprorechtregeling. De ondernemers zullen dit jaar samen 15 miljoen per jaar gaan betalen aan kopieerheffingen terwijl dit vorig jaar nog 80 miljoen euro was. Hiervoor tekenden VNO-NCW, MKB Nederland en de Stichting Reprorecht een akkoord in Den Haag.
Nieuw is dat ondernemers zonder een copier ook niks hoeven te betalen. Als je minder dan 20 werknemers hebt zijn je kopieerkosten jaarlijks in euro 15,62. De bedrijven met waarschijnlijk een hoog kopieergedrag, men noemt als voorbeeld banken, accountants en advocaten, zullen afhankelijk hoeveel medewerkers zij in dienst hebben een minimum van 150 euro tot maximaal 4350 euro per jaar aan kopieerkosten moeten betalen. Grote bedrijven die niet zoveel kopieren, zoals bijvoorbeeld metaalbedrijven en fabrieken zullen minimaal 100 euro en maximaal 2900 euro per jaar moeten betalen.
Sinds 1 februari 2003 verplicht men alle bedrijven die in Nederland zijn gevestigd en vergoeding te betalen zodra men kopien wenst te maken waar eventueel auteursrechten op van toepassing zijn. Vooral hoe men tot de berekening kwam zorgde voor ophef. Ondernemers waren van mening dat de stichting Reprorecht qua inschattingen te ruim was gegaan. Bedrijven kregen hoge aanslagen maar waren niet instaat om dit te controleren.
RSS Adinets
Fetching RSS feed... please stand byNew Text module
by peterdecroux
peterdecroux
Hoi, ik ben Peter Decroux. Na een aantal jaren in de IT werkzaam te zijn geweest schrijf ik nu op mijn blog over allerlei technologische ontwikkelinge... more »
- 0 featured lenses
- Winner of 2 trophies!
- Top lens »
Feeling creative?
Create a Lens!