Een Satanist in Brugge

1 - I can do better 2 - Jury's out 3 - Pretty darn good 4 - Splendiferous 5 - Awesometastic by 1 person | Log in to rate

Ranked #1,053 in Books, #82,756 overall

Wat Joris-Karl Huysmans schreef over de kapelaan van het Heilig Bloed te Brugge...

In mijn historische thriller "Het Bloed van het Lam" heb ik een paar hoofdstukken gewijd aan de controverse die ontstond op het einde van de 19de eeuw, maar tot ver in de 20ste verder zinderde. De beruchte decadente schrijver Joris-Karl Huysmans bleef immers tot op zijn sterfbed herhalen dat het de kapelaan van de Heilig Bloed Kapel van Brugge was geweest, die model had gestaan voor de demonische kanunnik Docre in zijn schandaal makende roman "Là-Bas". Hier volgen dus deze fragmenten uit "Het Bloed van het Lam", samen met een nieuwe ontdekking die ik deed in dat verband. Want kapelaan Louis Van Haecke blijkt ook een boek geschreven te hebben over het Heilig Bloed, dat op een wel zeer raadselachtige manier eindigt...

Het Bloed van het Lam 

In het holst van de nacht wordt Maarten Dejonckheere opgebeld door Lena Christiaenssens. Maarten maakt een tv-documentaire over De Rechtvaardige Rechters, het paneel van het Lam Gods dat in 1934 werd gestolen uit de Sint-Baafskathedraal in Gent. De diefstal bleef onopgelost, maar Lena zegt er meer over te weten. Ook beweert ze op de vlucht te zijn voor haar familie, die al eeuwenlang een geheim genootschap zou leiden rond het Heilig Bloed van Brugge. Is Lena een fantaste? Of is er meer aan de hand?

Het Bloed van het Lam wordt vanaf nu in min of meer wekelijkse afleveringen op deze site gepubliceerd, als een heus online feuilleton.

Loading Fetching RSS feed... please stand by

Joris-Karl Huysmans

Fragment 1 

Hoofdpersonage Durtal uit de roman van Huysmans schreef een studie over de Franse maarschalk, die door zijn omgang met de Maagd van Orléans tot eenzame hoogten van geestelijke vervoering werd gestuwd. Toen Jeanne evenwel op de brandstapel werd gezet, verloor Gilles zijn vertrouwen in de kerk en de gerechtigheid. De studie van Durtal vormde de kapstok waaraan de roman Là-bas zou opgehangen worden.

Ludwig Klein beschreef uitvoerig de amusante monologen van Huysmans, met als thema de geschiedenis - volgens de schrijver niets anders dan 'een hoogdravende leugen', 'een kinderlijke foplolly'. 'Hoe zou de geschiedenis kunnen binnendringen in de gebeurtenissen van de middeleeuwen, mijn beste Ludwig, als zij in de verste verte nog niet in staat is om zelfs de meest recente episoden te verklaren? Wij kunnen beter, ieder voor zich, een eigen visie construeren, een eigen voorstelling van mensen die een andere tijd beleefden. Wij moeten in hun huid kruipen en hun armzalige plunje aantrekken om met handig uitgezochte details bedrieglijke samenhangen te verzinnen. Want de geconsacreerde historici, gisteren zowel als vandaag, doen niets anders dan snuffelen in paperassen en hun hersenen pijnigen boven prikborden met feiten en data. Ze zijn gespeend van verbeeldingskracht en geestdrift; ze beweren niets aan de waarheid toe te voegen, en dat kan wel zo zijn, maar de selectie van hun documenten is niet minder pure vervalsing dan de zogenaamde geschiedenis zelf, die zij bestuderen. Het zijn falsificateurs zonder spankracht en visie! Onbeduidende straatventers van hypothesen! Notulisten die pointilleren zonder een verband te zien!'

Een centraal gegeven in de roman was een flirt van Durtal met een getrouwde vrouw, die beschreven werd als een kleine, tengere blondine met smalle heupen en een te grote neus, sensuele lippen en schitterend witte tanden. Haar teint was bleekrood, met een spoortje blauw in het melkachtig wit, troebel als rijstwater. Huysmans typeerde haar als een 'erotische ophitster', een allumeuse.

'Ik denk dat ene Berthe Courrière voor haar model heeft gestaan,' schreef Ludwig. 'Zij is werkelijk zeer verleidelijk, met een jongensachtig lichaam, soepel en zonder afstotelijke vleespartijen. En daarbij is ze geheimzinnig ook, met die in zichzelf gekeerde houding van haar en die kwijnende ogen; met haar echte of gewilde koelheid zelfs!'

Berthe was de ex-minnares van onder anderen de Franse schrijver Rémy de Gourmont, de politicus generaal Boulanger en de beeldhouwer Clésinger. 'Ze heeft het vooral op letterkundigen gemunt, die zij hartstochtelijke brieven schrijft.' Zo was ze in contact gekomen met Huysmans en zijn minnares geworden - zekere passages uit Là-bas die Ludwig Klein reeds had mogen lezen, lieten daar niet de minste twijfel over bestaan.

Berthe Courrière gaf Huysmans het adres van ene abbé Boullan in Lyon, die de auteur wellicht aan informatie kon helpen voor de studie van zijn alter ego Durtal over Gilles de Rais. 'En nu wordt het interessant,' schreef Ludwig Klein, 'want Joseph Antoine Boullan, in 1848 tot priester gewijd, is acht jaar lang bedrijvig geweest als een door en door katholiek publicist, tot hij in de bedevaartplaats La Salette een jonge Belgische non ontmoet. Adèle Chevalier heeft visioenen, doet voorspellingen en beweert ooit op een miraculeuze wijze genezen te zijn. Van het één komt het ander, Adèle wordt zijn maîtresse. Samen richten ze een nieuwe, negen leden tellende orde op, "L'Oeuvre de la Réparation". Volgens abbé Boullan opent vleselijke gemeenschap - zowel met menselijke wezens als met engelen en geesten van overledenen - de weg naar de Hogere Machten en de verlossing.'

Langzaam maar zeker vergleed Boullan naar een vorm van satanisme, waarbij geen beroep werd gedaan op God om redding en verlossing te bekomen, maar op Satan. Als de immateriële wereld een emanatie was van de Goede God, moest dit aardse tranendal immers een schepping van de Duistere zijn. Dit verklaarde meteen waar alle rampspoed en onheil vandaan kwamen die de mensheid onverminderd teisterden. In de materiële wereld was Satan machtiger dan God, omdat God nu eenmaal thuishoorde in de hemel.

'U hebt gelijk,' reageerde Klein op een missive van von List, 'dat deze dualistische ideeën niet zo origineel zijn. Ze vertonen een duidelijke verwantschap met het oeroude manicheïsme en met verscheidene andere ketterse stromingen, zoals het katharisme. En hebt u er in uw colleges ook niet op gewezen dat zekere Tempeliers in de folterkelders van Filips de Schone verklaarden hoe de novicen, tijdens de initiatieritus, werd voorgehouden dat zij het verkeerde geloof beleden? Dat een Tempelier enkel diende te geloven in "de God in de hemel" en niet in Christus? De man Jezus, die door de joden werd gekruisigd, kon in geen geval God zijn en zou de mens ook niet redden. Een Tempelier diende te geloven in "een hogere God". Ik meen mij ook te herinneren dat de novicen een kruisbeeld werd getoond en dat men erop aandrong niet te veel geloof te hechten aan dit kruis, en het zelfs te vertrappelen en te bespuwen. Omdat het "te jong" was.'

Abbé Boullan droeg zwarte missen op, waarbij - in het kader van de seksuele uitspattingen die daarbij kwamen kijken - kinderen zouden zijn gekruisigd. De abbé probeerde ook mensen te genezen door exorcismen uit te voeren, of met behulp van autohypnose en autosuggestie. Hij haatte het spiritisme en hield séances om het te bestrijden. Uiteindelijk werd hij samen met Adèle veroordeeld tot drie jaar cel, voor zwendel, en in 1875 geschorst als priester. 'Sommigen beweren dat dit is gebeurd vanwege de publicatie van een satanisch geschrift, anderen omdat hij een epileptische vrouw genas of vanwege de geruchten als zou het kind dat hij met Adèle had tijdens een zwarte mis geofferd zijn. Hoe dan ook, kort daarna trok Boullan naar Brussel, waar hij het gezelschap zocht van Eugène Vintras. Deze mysticus had niet alleen wilde visioenen, maar poogde ook een synthese tot stand te brengen van het katholieke geloof en het satanisme. Toen hij overleed, wierp Boullan zich op als zijn opvolger.'

Boullan keerde terug naar Lyon, waar hij zich voorstelde als een reïncarnatie van Johannes de Doper. 'De zondeval van Adam en Eva,' stelde hij, 'is niets anders dan de copulatie. Men kan de erfzonde alleen bezweren door de geslachtsdaad op een religieuze wijze uit te oefenen.' Vandaar dat hij zich alle vleselijke rechten voorbehield op de vrouwelijke leden van de nieuwe secte die hij inmiddels had opgericht. De plechtige copulaties werden 'union de vie' genoemd en gingen door onder leiding van een priesteres, die tevens als medium en zieneres fungeerde: Julie Thibault.

De activiteiten van Boullan werden voor het eerst aangeklaagd door markies Stanislas de Guaita. Dit vooraanstaande lid van het geheime magische genootschap der Rozenkruisers was van oordeel dat de abbé alle principes van de Wijsheid door het slijk sleurde en dus 'geneutraliseerd' moest worden. Aanvankelijk alleen, vervolgens geholpen door een jong Zwitsers hypnotisch genezer, bestudeerde hij de magische praktijken van Boullan. In 1887 richtten deze 'Ware Ingewijden' een brief aan Boullan, waarin ze hem bezwoeren zijn criminele satanische praktijken op te geven. De abbé beschouwde het als een regelrechte oorlogsverklaring van magische aard, een envoûtement, en trof dadelijk tegenmaatregelen. Op die manier kwam de schrijver Joris-Karl Huysmans, door toedoen van zijn minnares Berthe Courrière, terecht in een onvervalste Magische Oorlog. Ludwig Klein, zijn jonge 'bewonderaar', volgde hem nog steeds op de voet en bracht trouw verslag uit aan Guido von List.

Huysmans voegde zich bij de abbé in Lyon, waar hij een maand zou blijven. Boullan liet hem een zwarte mis bijwonen die door een vrouw werd gecelebreerd en waarbij de auteur iets van de magische oorlogsvoering tegen de Rozenkruiser de Guaita kreeg te zien. 'Hij stuurt al lang een vloek op me af,' zei Boullan. 'Maar nu heb ik de Guaita te pakken. U moet weten dat hij doodziek in bed ligt. De arm waarin hij morfine injecteerde, is zo dik als een wijnzak.'

Boullan werd bijgestaan door een sterke somnambule, Laure, en door Julie Thibault. De twee vrouwen 'zagen' Guaita machteloos in bed liggen, terwijl Boullan in misgewaad en heen en weer springend als een tijgerkat met hosties zwaaide die de boze machten moesten afweren. Huysmans stond Laure bij om te beletten dat ze door een magische terugslag door de kamer zou geslingerd worden, maar uiteindelijk gebeurde er niets - tenzij dat er sperwers dreigend langs de vensters zweefden.

Là-bas verscheen in 1891, eerst als feuilleton in L'Echo de Paris en daarna in boekvorm. Terzelfdertijd publiceerde Guaita Le Temple de Satan, waarin hij ten strijde trok tegen de leer van Boullan: 'Ze leidt tot grenzeloze promiscuïteit en schaamteloosheid, tot overspel, incest, bestialiteit, incubisme en masturbatie.. en dat noemen ze dan verdienstelijke gewijde handelingen!'

De roman van Huysmans onthulde heel wat bijzonderheden over een aantal groeperingen van satanisten, waaronder die van abbé Boullan. 'Er komt een uitstekende beschrijving in voor van een zwarte mis,' schreef Ludwig Klein. 'De priester is gekleed in een bloedrood gewaad dat met ontuchtige symbolen is geborduurd en draagt de bekende rooms-katholieke mis van achter naar voor op. Hij ontwijdt de hostie en roept Satan aan om de groep mannelijkheid, glorie, rijkdom en macht te schenken. De acolieten bestaan uit zwaar opgemaakte mannelijke protituées en de zwarte mis eindigt met een seksuele orgie. Het boek veroorzaakt hier in Brugge grote opschudding omdat de demonische priester die erin opgevoerd wordt niet werd geïnspireerd door de figuur van abbé Boullan, zoals u misschien zou vermoeden, maar door de kapelaan van de beroemde kapel van het Heilig Bloed: Louis Van Haecke!

Là-Bas op Amazon 

The Damned (La-Bas) (Penguin Classics)

Amazon Price: $10.40 (as of 11/27/2009) Buy Now

Fragment 2 

In Là-bas komen twee magiërs voor: dokter Johannès en kanunnik Docre. Deze laatste 'roept de duivel op, geeft door hem geconsacreerde hosties als voer aan witte muizen; zijn heiligschennende razernij is van dien aard dat hij zich onder zijn voetzolen heeft laten tatoeëren met het beeld van het kruis om bij iedere stap op de Verlosser te kunnen trappen. (%u2026) De zwarte mis celebreert hij met zedeloze mannen en vrouwen; hij wordt er ook openlijk van beschuldigd erfenissen af te troggelen en aan onverklaarbare overlijdingsgevallen schuldig te zijn. Ongelukkigerwijs zijn er geen wetten om heiligschennis tegen te gaan, en hoe kun je iemand voor het gerecht dagen die van een afstand ziekten toestuurt en zijn slachtoffers langzaam doodt, zonder dat er bij de autopsie sporen van vergiftiging aan het licht komen?'

De demonische kanunnik Docre is erin geslaagd 'de oude geheimen' terug op het spoor te komen en heeft er reeds 'praktische resultaten' mee geboekt. Dokter Johannès daarentegen, heeft zich teruggetrokken in Lyon, waar hij zich wijdt aan genezingen en betoveringen. Hij wordt omschreven als een zeer intelligente en geleerde priester, een voormalig kloosteroverste die in Parijs het enige mystieke tijdschrift leidde dat daar ooit bestond. Dokter Johannès was ook een druk geraadpleegd theoloog , tot hij 'schrijnende onenigheid' kreeg met de pauselijke curie in Rome en met de kardinaal-aartsbisschop van Parijs. Zijn duiveluitdrijvingen en zijn niet aflatende strijd tegen de incubi in nonnenkloosters (demonen die vrouwen door middel van seksuele geneugten aan Satan binden) zouden tot zijn val geleid hebben.

Zittend bij het vuur en terwijl hij sigaret met sigaret aansteekt, denkt Durtal aan de strijd tussen Docre en Johannès, die elkaar proberen af te troeven met betoveringen en bezweringen. Hij weet dat Docre verscheidene malen van vergiftiging beschuldigd werd, maar steeds vrijkwam omdat de rechtbanken nooit een sluitend bewijs konden leveren. Hij weet dat Docre een chemisch laboratorium en een immense bibliotheek bezit, waarin zich onder meer een eigenaardig boek in perkament bevindt, met de liturgie van de zwarte mis. Het werk is prachtig verlucht en ingebonden met de gelooide huid van een ongedoopte baby. Toch dringt Durtal er bij Hyacinthe op aan hem in contact te brengen met Docre en een zwarte mis te laten bijwonen, die hem met walging vervult. 'Wat een bizar tijdperk!' verzucht hij. 'Juist als het positivisme een grote vlucht heeft genomen, steekt het mysticisme de kop op en beginnen de idioterieën van het occultisme weer.'

'De oppervlakkige waarnemer zal tot de conclusie komen dat de reële markies de Guaita en de reële abbé Boullan model hebben gestaan voor de fictieve kanunnik Docre en de fictieve dokter Johannès,' schreef Ludwig Klein. 'Maar het ligt nog iets ingewikkelder. Bepaalde passages zijn ongetwijfeld geïnspireerd door de markies, de abbé en hun Magische Oorlog. Volgens Huysmans zelf, werd Docre echter gemodelleerd naar de kapelaan van de kapel van het Heilig Bloed, de tweeënzestigjarige populaire priester Louis Van Haecke. De schrijver heeft mij toevertrouwd dat hij Van Haecke tijdens zwarte missen in Parijs en Brugge aan het werk heeft gezien. Huysmans heeft de identiteit van de priester achterhaald dank zij Berthe Courrière, die hem eerder al het adres van Boullan bezorgde. Berthe zou dan weer kennis gemaakt hebben met Van Haecke in een veelvuldig door de priester gefrequenteerde satanistische kring in Parijs. Zelf schijnt Berthe trouwens ook wat aan satanisme te doen; ik kan er persoonlijk van getuigen dat zij in haar handtas altijd enige geconsacreerde hosties bewaart, die ze bij voorkeur voedt aan de honden.'

Ludwig Klein bracht omstandig verslag uit van het onderzoek dat hij naar Berthe Courrière en Louis Van Haecke had verricht: 'Op 8 september 1890 werd een naakte vrouw aangetroffen in de bosjes bij de Smedenpoort in de oude stadswal van Brugge. De politie bracht haar onmiddellijk naar een ziekenhuis. Ze verkeerde in een toestand van algehele zinsverbijstering. In de krant stond te lezen dat ze "allerhande zotte kuren" uitrichtte. Bij haar arrestatie moeten er ook enige communicatiestoornissen zijn opgetreden, want de vrouw sprak uitsluitend Frans.'

Ludwig Klein slaagde erin de hand te leggen op een medisch rapport, waarin vermeld stond dat de vrouw die zich Caroline (Berthe) Courrière noemde, achtendertig jaar oud was en zeer zonderling gedrag vertoonde, gekenmerkt door 'onsamenhangende spraak' en 'zware hysterie'. Ze werd pas op 6 oktober ontslagen uit het ziekenhuis. Berthe verklaarde zowel aan de politie als aan de dokters dat ze de nacht had doorgebracht in het huis van pastoor Van Haecke, dat ze op de vlucht was gegaan voor zijn 'zonderlinge handelingen' en dat ze al haar kleren bij hem thuis had achtergelaten.

'Berthe wordt door meerdere personen - ook door Joris-Karl Huysmans - een nymfomane genoemd met een voorkeur voor geestelijken. Ze schijnt haar doel bij voorkeur te bereiken met een zinnen prikkelende biechtstonde; in deze context viel ook de naam van de priester-dichter Guido Gezelle, bij wie zij echter bot zou hebben gevangen. Men kan zich afvragen welke zonderlinge handelingen een vrouw met haar ervaring zodanig uit haar evenwicht kunnen hebben gebracht, dat haar gedrag werd gekenmerkt door zware hysterie.' Guido von List suggereerde 'een zware anticlimax in geëxalteerde toestand', maar dat kon volgens Klein niet kloppen: 'Berthe werd immers reeds afgewezen door een priester. Bovendien heeft ze een onafzienbare reeks minnaars versleten en is ze ook lang geen onbeschreven blad als het op satanistische praktijken aankomt. Dus vraag ik het u nogmaals%u2026 Hoe is een tweeënzestigjarige kapelaan erin geslaagd een vrouw met de achtergronden van Berthe Courrière compleet hysterisch op de vlucht te jagen en met een zenuwinzinking in het ziekenhuis te doen belanden, waar zij meer dan een maand werd verpleegd?'

Ludwig Klein had Berthe Courrière ondervraagd over de gebeurtenissen die dateerden van voor zijn komst naar Brugge. Berthe hield de lippen echter stijf op elkaar. Hoewel ze op zowat alle mogelijke andere terreinen de bereidwilligheid zelf was, weigerde ze te praten over haar vreemde avontuur met de kapelaan van de Heilig Bloedkapel, waarmee ze inmiddels wel helemaal in het reine scheen gekomen. Ludwig had ook zijn vriend Huysmans het vuur aan de schenen gelegd, maar Huysmans wilde niet méér kwijt dan dat de figuur van Docre geïnspireerd werd door Van Haecke. Uiteindelijk durfde Ludwig niet langer aan te dringen, uit angst bij de auteur het krediet te verspelen dat hij - als 'grenzeloos bewonderaar' - zo zorgvuldig had opgebouwd.

Toen Là-bas verscheen en de associatie Docre-Van Haecke bekend raakte, begonnen de nieuwsgierigen al gauw toe te stromen - zelfs vanuit Parijs. Allemaal wilden ze in de kapel van het Heilig Bloed een priester aan het werk zien, die zich bij nacht overleverde aan de Duivel en het kruis op zijn voetzolen droeg. Het was voor Van Haecke zo goed als onmogelijk geworden zijn functie als kapelaan van de Heilig Bloedkapel nog verder uit te oefenen, maar toch werd hij door zijn superieuren nooit uit zijn ambt ontzet.

'Omdat zij geen geloof hechtten aan de geruchten en de praatjes van een wuft Frans auteur?' vraagt Maarten zich.

'Men heeft gezegd dat Van Haecke met de hele kwestie weinig meer had te maken dan dat hij de verbeelding van Huysmans had geprikkeld,' antwoordt Lena. 'Iets met het contrast tussen het mystieke Brugge enerzijds en wat er achter die façade zoal aan zondigheid kon vermoed worden anderzijds. De priester die zo populair was onder het gewone volk, ook al vanwege zijn practical jokes, had zich waarschijnlijk door zijn wat morbide belangstelling voor het occulte laten meeslepen. En daarmee was de kous af.'

'En Boullan?'

'Boullan kreeg een doodvonnis thuis besteld, gepost door Guaita die sprak in naam van een rechtbank van Rozenkruisers. De abbé voelde zich zodanig bedreigd en had zoveel vertrouwen in Huysmans, dat hij de auteur een brief schreef waarin hij meldde dat hij werd verstikt door de vervloekingen van de Rozenkruiser. 's Nachts hoorde hij de zwarte vogel des doods en iedere ochtend werd hij gewekt door het beuken van onzichtbare vuisten tegen de deur. Boullan waarschuwde Huysmans dat Guaita het na de verschijning van Là-bas wellicht ook op hem gemunt zou hebben. Hij overleed de dag na zijn noodkreet aan een hartaanval.'

'Huysmans heeft de Magische Oorlog toch overleefd?'

'O ja! Hij paste tegen de toverpraktijken van Guaita een door Boullan voorgeschreven procédé voor. Daarbij werd gebruik gemaakt van exorcismetabletten, met krijt op de vloer getekende pentagrammen, hosties en scapulieren. Maar toch streken onzichtbare machten bij nacht ook al eens met hun koude vingers over zijn gezicht. Toen hij het overlijden van Boullan vernam, schreef hij dit toe aan een envoûtement dat onder de kenners wordt omschreven als nouer l'aiguillette.'

'En dat is?'

'Een knoop in je penis leggen.' Lena grijnst haar scheve grijns en vervolgt: 'In Le Figaro werd Guaita er door Huysmans van beschuldigd dat hij Boullan op magische wijze het hoekje om had geholpen. De Rozenkruiser eiste genoegdoening. Het duel hoefde allerminst met magische middelen uitgevochten te worden, zei hij. Het kon ook met de blanke degen. De markies liet de brief door twee secondanten aan Huysmans bezorgen, die aandrong op een minnelijke schikking. Guaita bezat immers een geduchte reputatie als duellist, merkwaardig genoeg vooral dank zij de huisgeest die hij in een speciale kast bewaarde. De markies aanvaardde de excuses van de auteur en overleed vier jaar later, op zijn zesendertigste. Er wordt wel eens beweerd dat hij door zijn huisgeest werd gewurgd, maar vermoedelijk stierf hij door overmatig druggebruik.'

Het boek dat Louis Van Haecke schreef over het Heilig Bloed...

Engelstalige artikels 

The Satanist Chaplain of the Holy Blood in Bruges
In 1891 Joris-Karl Huysmans published his novel "Là-bas" in which he paints a fantasy of Satanism and the occult, such as it was reportedly still practiced at that time in Paris. One of the most sinister figures however, the so-called "canon Docre", turned out to be Louis Van Haecke, chaplain of the Holy Blood Chapel of Bruges...
Down There / The Damned: A History of Satanism
In 1890, the already famous French "decadent" writer Joris-Karl Huysmans wrote to a friend that he was looking for "a demoniac sodomite priest" who performed the black mass. He needed him for a new book, now known as "Là-bas" or "Down There"..
The Black Mass, as witnessed & described by J.K. Huysmans
"And that we can and will do by violating the quietude of thy body, Profaner of ample vices, Abstractor of stupid purities, cursed Nazarene, do-nothing King, coward God!"
"Amen!" trilled the soprano voices of the choir boys.
Joris-Karl Huysmans and the Essence of Decadence
The French writer Joris-Karl Huysmans started his career as a naturalist, but with "A Rebours" ("Against Nature") he wrote "the bible of decadence" and with "Down There" a history of satanism, facts turned into fiction, and a masterpiece of occult horror...
The Holy Blood of Bruges, a New Jerusalem
The Holy Blood of Christ seems to have turned medieval Bruges (in Flanders, Belgium) into a Holy City. It's what, since the 19th century, made tourism popular in Bruges. But maybe this Holy City is not as holy as it seems, just because of this Precious Holy Blood that... well, could be pretty unholy.
Rennes-le-Château and the Holy Blood of Bruges
Rennes-le-Château, a small medieval village in southwestern France, is internationally renowned for being in the middle of probably the greatest Conspiracy Theory of the 20th Century. A local restaurant owner wanted to increase business and spread some rumours of a lost treasure... And this was the origin for the non-fiction bestseller The Holy Blood and the Holy Grail or Dan Brown's historical faction thriller The Da Vinci Code. But maybe the story of Saunière was something like a copy/paste of the story of Louis Van Haecke...

De laatste pagina in het boek van kapelaan Van Haecke over het Heilig Bloed eindigt op deze raadselachtige wijze...

Een Chronogram... 

De code in het boek van Louis Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge werd door Seshat van het Sacerdotibus Forum thuisgebracht als zijnde een chronogram.

Vooral in de 17de en 18de eeuw was het gebruik van chronogrammen heel populair: het jaartal werd verwerkt in een zin, meestal in het Latijn, die iets over de gebeurtenis zelf zei. Vaak zijn de letters met getalwaarde als hoofdletters of groter weergegeven, soms hebben ze zelfs een gouden laagje gekregen.

Om de jaartalwaarde van een chronogram te berekenen, moet je alle letters die een romeins cijfer zijn - dus een getalwaarde hebben -, bij elkaar optellen. Meer bepaald: M = 1000, D = 500, C = 100, L = 50, X (en W) = 10, V (of U) = 5 en I (of J) = 1.

Het antwoord wat de "THIERRY OBTINT" Code betreft, blijkt 1900 te zijn. Dat is ook de publicatiedatum van het boek.

Dit lijkt op het eerste gezicht een banale boodschap... en op het tweede gezicht blijft ze dat. Maar de aanwezigheid van dit chronogram sterkt me in mijn overtuiging dat er nog meer codes verborgen zitten in het boek. Van Haecke verwijst naar mijn gevoel heel duidelijk naar Nostradamus, en ik denk dat zijn gebruik van voetnoten wel eens naar kwatrijnen van Nostradamus zou kunnen leiden...
Sacerdotibus
Met dank aan Seshat van het Sacerdotibus Forum...
Hier...
... wordt automatisch het getal berekend van het chronogram dat jij invoert!

Blogspot Patrick Bernauw 

Loading Fetching RSS feed... please stand by

New Guestbook 

submit

by PatrickBernauw

Patrick Bernauw werd geboren op 15 april 1962, woont sindsdien in Erembodegem, is sinds 1984 getrouwd met Elke en heeft sinds 1990 een dochter, Ineke.... (more)

Explore related pages

Create a Lens!