Spookrijders

1 - I can do better 2 - Jury's out 3 - Pretty darn good 4 - Splendiferous 5 - Awesometastic by 0 people | Log in to rate

Ranked #1,515 in Books, #120,861 overall

Nevel is leven, maar dood blijft dood!

Het angstzweet breekt Johnny uit. Vervloekte mist! Je ziet geen hand voor ogen op deze godverlaten snelweg. Straks knalt hij nog ergens tegenaan met de gestolen Mercedes. Waarom is hij zo stom geweest die klus van Mefisto te aanvaarden? Voor het geld natuurlijk. Maar nu smokkelt hij wel in het holst van de nacht een partij coke naar Smurry's Eiland, in de buurt van Asse...

Johnny is achttien en blut. Tijdens zijn helse rit naar Asse doemen in de mist een aantal vreemde personages op. Stuk voor stuk lijken ze hem te willen tegenhouden. En waarom zwijgt nu de stem van zijn dode grote broer Bob? "Spookrijders" kan je lezen als een moderne parabel over goed en kwaad, als een rock song met strofen en refreinen of als een griezelige road story...

Luister hier naar een paar muzikale griezelverhalen uit Spookrijders! 

De Jeugdboekenweek 2009 heeft als thema "fantasie" en als slogan "Achter de spiegel". Op zoek naar materiaal voor mijn lezingen en optredens tijdens de Jeugdboekenweek stootte ik op enkele oude opnames, waaronder ook "Motel DrooMoord" en "MotorMan", die mooi passen binnen het thema van de Jeugdboekenweek.

Toen ik aan "Spookrijders" werkte, had ik net Compagnie de Ballade opgericht, samen met mijn broer Fernand en Luc Borms. Enkele van de verhalen uit "Spookrijders" herwerkte ik tot liedjesteksten, die door de twee andere leden van Compagnie de Ballade op muziek werden gezet.

De "titelsong", ook "Spookrijders" genoemd, hebben we ondertussen waarschijnlijk honderden keren live gespeeld, in "De Sterke Verhalen Blues", maar ook in andere programma's - en het nummer werd ook op een paar cd's gezet, of was links en rechts te horen op het web. Eigenlijk is het een soort muzikaal horror luisterspel.

Met "Motel DrooMoord" hebben we sporadisch wel eens iets gedaan; het nummer paste meestal echter niet echt in onze live shows. En "MotorMan" is tot nu toe nooit ergens te horen geweest. (De reden daarvoor is tamelijk belachelijk, maar als je belooft het niet verder te vertellen, verklap ik ze hier wel even tussen haakjes: we gebruikten de muziek samen met een andere tekst voor een liedje uit "De Duistere Middeleeuwen", dat een echte sleutelrol speelde in die show...)

Nu goed, eigenlijk is dit dus zo'n beetje een primeur:
MotorMan!
De banden van zijn motor lijken 't asfalt niet te raken,
alsof ze van karton zijn hoor je de vangrails kraken.
Hij splijt de muur van mist in twee gelijke delen
terwijl hij gromt dat hij met jou komt spelen!

Hé Motorman, Motorman,
pak mij dan als je kan.

Hij draagt zware laarzen en een zwarte leren jas,
hij heeft een helmplaat van ondoorzichtig glas.
Hij danst 'n dodelijk ballet, maakt een wijde boog,
terwijl z'n motor vuur spuwt uit één schitterend oog.

Hé Motorman, Motorman,
pak mij dan als je kan.

De Motorman, de Motorman is half mens, half machine.
Door de aderen van de Motorman stroomt geen bloed maar benzine.

Hé Motorman, Motorman,
pak mij dan als je kan.

Het slot van dit duel, van dit duet met de dood
wordt geschreven in een wrak van rokend schroot,
dan buigt hij zich over je heen en het allerlaatste
wat je nog ziet is jouw gezicht dat weerkaatste

in de helm van de Motorman,
pak mij dan... als je kan!
Motel DrooMoord
Verderop vind je dit nummer ook als verhaal, maar hier is alvast het liedje:

Rode neons in de zwarte nacht,
het is net of je wordt hier verwacht.
De weg is lang en jij bent zo moe,
je ogen die vallen nog maar eens toe.

Motel Droomoord, het lijkt je wel wat,
een kleine kamer met 'n bed en 'n bad.
Je kijkt naar 'n poster van 'n zuiders strand,
meisje onder palm, verder niks aan de wand,

Je droomt van 'n geheim luik achter de prent,
de motelbaas vertrouw je echt voor geen cent,
je droomt van 'n meisje dat slaapt in dit bed,
daar sluipt hij naar binnen, zijn mes pas gewet!

Ah Motel Droomoord! roep je gesmoord,
daar wordt een meisje in koelen bloede vermoord!

Je denkt bij jezelf: het was maar een droom,
'n droom van 'n moord door een fantoom,
maar maanden later, een bericht op teevee:
opsporing verzocht, werk a.u.b. met ons mee,
'n meisje vermist, laatst gezien bij 'n motel,
Droomoord is de naam, maar dat wist je al wel.

Je vertelt de politie van het zuiders strand,
meisje onder palm, teken aan de wand.
De baas van 't motel wordt gearresteerd,
hij verzet zich heftig, hij protesteert,
maar jij hebt het gezien, je zag in 'n droom
het geheime luik achter de boom!

De baas van 't motel, hij wordt verhoord
en hij bekent nu: 'Ja ik heb gemoord
maar ik werd daartoe wel aangespoord
door 'n droom van 'n moord, droom van 'n moord,
droom van 'n moord in Motel Droomoord!

'Ah Motel Droomoord! haar gillen gesmoord!
Mijn boze dromen, ze werden verhoord!
Ah Motel Droomoord! dat vervloekte oord!
Droom boze dromen... en ze worden verhoord!'

Motel DrooMoord Poster

Spookrijders - een griezelige blues-ballade 

Tekst & creepy stemmetje: Patrick Bernauw. Zang & muziek: Luc Borms

Het was half twaalf, half twaalf geweest,
Hij keerde weer terug van een Zuiders feest.
Door de regen en de mist kon hij niets zien,
Ze stond op de pechstrook van afrit dertien.
Haar haren in slierten om haar gezicht,
Haar huid zo bleek en doorschijnend licht.
Een geur van patchouli en een Indisch kleed
Al vijfentwintig jaar niet meer up to date.

'Wil je een lift?' vroeg hij goedgezind
aan dat mooie lieve kleine bloemenkind.
'Ik ga tot Asse,' antwoordde zij.
'Prima,' zei hij, 'kom er maar bij.'
En ze rilde en ze trilde en ze had het koud.
Ze leek nog zo jong en toch eeuwen oud.
Hij heeft toen zijn jasje om haar heen gelegd.
Om het hippiemeisje met de rode vlecht.

'Dank u meneer, ik dank u zeer.
De naam is Vera, Vera Van Keer.
Ik werd verrast door dit hondeweer,
Dank u, dank u zeer meneer.'

Er was een leuk liedje op de radio,
Zij vond het blijkbaar toch maar zo en zo.
Plots werd de ontvangst heel erg gestoord,
Hij draaide de knop om en hij reed voort.

'Ik hou meer van de Beatles, hun laatste hit.
Ik vind het zo jammer dat ze net zijn gesplit,'
Zei ze alsof het pas gisteren was gebeurd,
Nee om John Lennon had ze nog niet getreurd.
Keer nu maar weer, Vera Van Keer.
Keer weer tot Asse in dit hondeweer.
Weg is de sfeer, ik dank je zeer.
Keer nu maar weer, Vera Van Keer.

Was ze gevlucht uit een streng internaat,
Of was ze soms afkomstig uit een antiquariaat.
'Waar moet ik stoppen ?' vroeg hij kordaat.
'Bij het station in de Weggevoerdenstraat.'
Hij zette de radio nog maar eens aan.
Hij hoorde een stem, ze klonk heel ontdaan.
Hij zette de radio de radio weer uit
En toen klonk naast hem een akelig geluid.

Bericht op de radio.

'Keer asjeblief weer, maak ommekeer.
Ik kan niet meer, asjeblief meneer.
Keer nu maar weer voor ik krepeer.
Al dat over en weer, ik kan het niet meer.'
Ze sprong uit de auto, hij hield haar niet tegen,
Ze was alweer verdwenen in de mist en de regen.

Op de bank naast hem lag een oud paspoort
Hij bekeek het aandachtig en voelde zich ontspoord:
'Geboren te Asse, Vera Van Keer.
In negentien vijftig'. Zo ongeveer.
Ze was geen vijftig, zijn Vera Van Keer:
Hij hield het bij twintig en geen jaartje meer.
Waar kom je vandaan, Vera Van Keer.
Van waar kom je en van wanneer ?
Waar kom je vandaan, uit welke sfeer ?
Waarheen keer je weer, Vera Van keer ?

Hij stopte in Asse, bij het politiebureau
En toonde haar paspoort en haar foto.
'Waarschijnlijk gestolen,' zei die agent,
'En door jouw liftster vals aangewend.'
Vera Van Keer is al dertig jaar dood,
Haar klein twee PK-tje was nog maar een hoop schroot.
Het was op de snelweg bij afrit dertien,
De spookrijder heeft ze nooit gezien.

En dus keert ze weer, Vera Van Keer.
Ieder jaar weer in het moordend verkeer.
Hij weet nu waar, hij weet ook wanneer.
Een andere sfeer, over en weer.

Hij is naar het kerkhof van Asse gegaan
En heeft heel erg lang bij haar graf gestaan.
Hij kocht chrysanten in een bloemenkraam,
Voor bij haar foto, voor bij haar naam.
Zijn jas nam hij mee, wat gegeneerd.
Die had ze immers over haar zerk gedrapeerd.
Vera Van Keer, geaccidenteerd,
En toch ongedeerd teruggekeerd.

Patrick Bernauws Feed Jeugdliteratuur 

Loading Fetching RSS feed... please stand by

Bruce Springsteen on Amazon 

Bruce Springsteen - Greatest Hits

Release Date: 02/28/1995

Avg. Customer Rating: Amazon Rating

Amazon Price: $8.99 (as of 11/07/2009) Buy Now
List Price: $9.99
Used Price: $1.37

Usually ships in 24 hours

Born in the U.S.A.

Release Date: 10/25/1990

Avg. Customer Rating: Amazon Rating

Amazon Price: $9.98 (as of 11/07/2009) Buy Now
List Price: $9.99
Used Price: $2.89

Usually ships in 24 hours

Born to Run

Release Date: 10/25/1990

Avg. Customer Rating: Amazon Rating

Amazon Price: $9.98 (as of 11/07/2009) Buy Now
List Price: $9.99
Used Price: $1.84

Usually ships in 24 hours

Working on a Dream

Release Date: 01/27/2009

Avg. Customer Rating: Amazon Rating

Amazon Price: $12.99 (as of 11/07/2009) Buy Now
List Price: $13.96
Used Price: $1.29

Usually ships in 24 hours

Working On A Dream

Release Date: 01/27/2009

Avg. Customer Rating: Amazon Rating

Amazon Price: $0.99 (as of 11/07/2009) Buy Now
List Price:
Used Price:

Usually ships in 1-2 business days

Motel DrooMoord 

Een fragment / kort griezelverhaal uit de griezelroman Spookrijders

Die avond hield Marc, een jonge Waalse inspecteur met vakantie aan de kust, uitgeput halt bij het eenzame motel langs de snelweg.

Motel Droomoord, stond er in rode aan- en uitflitsende neonletters boven de glazen deur te lezen.

'Ik logeer in Nevele bij een collega,' vertelde hij aan de eigenaar en zijn vrouw. 'Deze ochtend ben ik begonnen aan een fikse wandeling door de velden en de weiden. Het was nog prachtig weer toen. Maar rond de middag begon het opeens te sneeuwen en ben ik hopeloos verdwaald. Kan ik hier een kamer krijgen voor de nacht? Dan keer ik morgen met een taxi terug naar Nevele. '

De gezichten van de moteleigenaar en zijn vrouw boezemden de inspecteur niet veel vertrouwen in, maar hij was doodop en kon nergens anders aan denken dan aan een warm en mals bed voor de nacht.

De eigenaar nam Marc mee naar een smerig en luguber kamertje, schaars verlicht door een vaalgeel elektrisch peertje. Marc sloot de deur zorgvuldig af, gooide zich geheel gekleed op bed en sliep haast onmiddellijk in.

De jonge politie-inspecteur kreeg een gruwelijke nachtmerrie. In zijn droom stond hij in een donker hoekje van de motelkamer. Er lag een onbekende man in zijn bed. Plotseling ging de muur open en door een geheim luik, dat voor het oog verborgen werd door een gigantische poster van een zuiders strand met een naakt meisje, glipten de moteluitbater en zijn vrouw de kamer binnen. De man hield een mes in de hand en zijn vrouw een zaklantaarn.

Marc probeerde te roepen om de vreemde man die daar in zijn bed lag te slapen wakker te maken, maar er kwam geen geluid over zijn lippen. Hij probeerde zich te bewegen, om het mes uit de handen van de moteleigenaar te slaan, maar zijn spieren leken verlamd. En zo moest de jonge inspecteur machteloos toezien hoe de moteleigenaar zijn mes in de borst van de slapende man plofte.

Ondertussen doorzocht zijn vrouw de kleren van het slachtoffer. Ze stal zijn uurwerk en zijn krokodillenleren koffertje. Ten slotte namen ze het lichaam bij de armen en de benen en sleepten het weg. Ze verdwenen zoals ze gekomen waren: door het geheime luik in de muur van de motelkamer. In een flits zag Marc daarachter nog een stuk van het tankstation, dat tegen het motel was aangebouwd, en waar je ook allerlei versnaperingen, kranten, weekbladen en autobenodigdheden kon kopen.

Op dat punt in zijn droom gilde de jonge politie-inspecteur het uit. Badend in zijn angstzweet, ontwaakte hij in het bed waar nog niet zo lang geleden een moord moest gepleegd zijn. Als hij tenminste zijn droom mocht geloven...

Hij bezweerde zichzelf dat het alleen maar een droom kon zijn, niets anders dan een nachtmerrie, op gang gebracht door de dubbelzinnige naam van het motel.

Droomoord...

Het oord van de droom... Maar als je het snel en hardop las, hoorde je 'droom-moord'. En of je dat woord nu van voor naar achter of van achter naar voor las, telkens bleef het een droom van een moord.

Uiteindelijk stond Marc op om bij het zwakke licht van het peertje de poster aan de muur van nabij te bestuderen. Hij ging met zijn hand onder het gladde oppervlak van het zuiderse strand met het naakte meisje en er bleek, net zoals in zijn nachtmerrie, een luik achter te zitten. Toen hij de geheime deur openduwde, zag hij daarachter de schimmige omtrekken van het winkeltje en het kantoortje die bij het tankstation hoorden...

Maanden gingen voorbij. De jonge Waalse inspecteur was de nare droom al bijna vergeten. Maar toen sloeg hij op een ochtend zijn krant open en trof daarin een artikel aan, dat de herinnering aan zijn nachtmerrie weer uiterst levendig maakte:

De politie breekt zich nog steeds het hoofd over de raadselachtige verdwijning van de handelsreiziger Victor Aernouts uit Maaseik. Hij zou voor het laatst gezien zijn in een tankstation langs de snelweg, niet ver van Nevele, waar hij gestrand was met autopech. Naar verluidt lag het in zijn bedoeling de nacht door te brengen in het motel dat bij dit tankstation hoort. Volgens de uitbater zou de heer Aernouts hier inderdaad overnacht hebben. De volgende ochtend had hij zijn weg voortgezet, maar de heer Aernouts heeft zijn bestemming nooit bereikt.

Geïntrigeerd door de gelijkenis tussen zijn droom en dit artikel, zocht Marc zijn collega van de Bijzondere Opsporing Brigade op, die met het onderzoek was belast en bij wie hij al eerder had gelogeerd, in Nevele. Hij vroeg deze rijkswachter - Otto was zijn naam - of de eigenaars van het motel misschien een tweede keer konden ondervraagd worden, en of hij dan bij deze ondervraging aanwezig mocht zijn. Daar had de BOB-er geen bezwaar tegen.

De moteluitbater en zijn vrouw herkenden hun klant van enkele maanden terug niet meer. Voor de rest bevestigden ze nogmaals dat de heer Aernouts vertrokken was, nadat hij de nacht had doorgebracht in Motel Droomoord.

'Is het niet zo, mevrouw, mijnheer,' zei de jonge politie-inspecteur met zijn zachte, maar dwingende stem, 'dat meneer Aernouts uw motel nooit heeft verlaten? Is het niet zo dat u beiden, toen hij sliep, vanuit het winkeltje en het kantoortje die bij het tankstation horen, via een deur die aan het gezicht onttrokken wordt door een grote poster van een zuiders strand met een naakt meisje, zijn kamer bent binnengedrongen? Is het niet zo dat uw man, mevrouw, de heer Aernouts een mes in de borst heeft geploft? En dat u, mevrouw, in het licht van uw zaklantaarn, het uurwerk en het krokodillenleren koffertje van de dode meneer Aernouts hebt gestolen?'

De moteleigenaar protesteerde heftig, maar zijn vrouw - die de hele tijd met neergeslagen blik had zitten luisteren - keek de jonge inspecteur nu met opengesperde ogen onbegrijpend aan.

'Is het niet zo dat u beiden het lichaam daarna de kamer hebt uitgesleept, door de geheime deur en vervolgens door het winkeltje van het tankstation, om het in een smeerput van de garage te dumpen? Een smeerput, die niet langer in gebruik is?'

'Maar dan... dan hebt u alles gezien?' flapte de vrouw er toen uit.

Het volgende ogenblik begreep ze meteen zélf dat ze haar mond voorbij had gepraat. Haar man stuurde haar een giftige blik toe, en zijzelf beet zo hard op haar onderlip, dat het bloed eruit te voorschijn druppelde.

'Alles!' knikte de inspecteur ernstig, nadat hij met opzet een veelzeggende pauze had gelaten.

Dat hij àlles had gezien, was uiteraard een leugentje om bestwil. In zijn droom had hij geen smeerput gezien, maar toen hij in het motel logeerde, had hij wel gemerkt dat het tankstation in verbinding stond met de garage. En waar kon je een lijk beter laten verdwijnen, dan in een smeerput die niet langer werd gebruikt?

Het was niet meer dan een ingeving geweest. Het was niets anders geweest dan zijn intuïtie, die hem had ingefluisterd dat de vrouw van de moteleigenaar nog één enkel klein zetje nodig had om tot volledige bekentenissen over te gaan. Daarom had hij dat gokje gewaagd met de smeerput.

Het bleek hoe dan ook een juiste gok geweest te zijn. De vrouw had in één zinnetje bekend. Ze kon die woorden nu niet meer terugnemen. De volledige bekentenissen volgden nu snel...

'Ik stond er ongelovig naar te kijken,' beëindigde Otto zijn verhaal. 'Hoe kon mijn Waalse collega dat allemaal weten? Maar toen ik de ongebruikte smeerput in de garage liet doorzoeken, bleek hij het bij het rechte eind te hebben. De smeerput was volgestort met beton, en in dat beton troffen we niet alleen het lijk van de heer Aernouts aan, maar ook nog de stoffelijke resten van een paar andere slachtoffers van Motel Droomoord...'

Urban Legends on eBay 

Loading Fetching new data from eBay now... please stand by
eBay

Ouwe Trucker 

Een fragment / kort griezelverhaal uit de griezelroman Spookrijders

'Goeiemorgen, Ouwe Trucker!'
Omzichtig schuifelde de oude man in de vieze lompen langs de bende schoolkinderen, die zoals iedere ochtend op hun weg naar school even halt hadden gehouden bij de brug over de snelweg. Hun spotliedje van iedere dag vergezelde hem terwijl hij zich langs de berm naar beneden liet glijden, tot op de pechstrook: 'Goeiemorgen, Ouwe Trucker!'
Hij ging zoals gewoonlijk met zijn rug tegen de praatpaal zitten, en stak zijn duim op. Het was een gebaar dat iedere weggebruiker herkende, maar er stopte haast nooit iemand voor hem, behalve dan een patrouille van de rijkswacht.
Nu ja, welke automobilist zou het ook in zijn hoofd halen te stoppen voor de oude, verfomfaaide man die daar iedere dag, in weer en wind, ineengedoken tegen een praatpaal zat? Met zijn duim in de lucht, richting Brussel? De meeste reizigers die voorbij raasden, merkten hem niet eens op!
Na een tijdje werden de schoolkinderen hun spotliedje beu en vervolgden ze hun weg naar school. Dan bleef Ouwe Trucker alleen achter met de voorbij suizende auto's, grote en kleine. De windverplaatsing deed zijn vieze kleren en zijn schaarse witte haren wapperen en als er een zware vrachtwagen voorbij denderde, voelde hij dat tot in zijn maag. Maar daar schonk Ouwe Trucker geen aandacht aan.

Enkele jaren terug was Ouwe Trucker met een collega die op Spanje reed in Nevele aanbeland. De collega had hem, halfdood geslagen en bewusteloos, in de middenberm gevonden. Hij veronderstelde dat de arme man het slachtoffer was geworden van wegpiraten, van carjackers, en bracht hem naar de rijkswachtpost van Nevele. Onderweg was Ouwe Trucker weer tot bewustzijn gekomen. Hij had iets gebazeld over Smurry's Eiland en zijn collega gesmeekt hem daarheen te voeren.
'Ik zou niet weten waar ik Smurry's Eiland moet vinden,' had de collega gezegd. 'En mijn vrachtwagen is geen amfibie-voertuig, weet je. Maar bij de rijkswacht zal er vast en zeker wel iemand zijn die je op weg kan helpen.'
Hij had zijn vrachtje met een zucht van opluchting achtergelaten in de rijkswachtpost van Nevele en ook hij had zijn weg vervolgd.
Bij de rijkswacht had men een onderzoek geopend, waaruit alleen gebleken was dat Ouwe Trucker blijkbaar zijn verstand en ook een deel van zijn geheugen moest hebben verloren. Smurry's Eiland bestond immers niet! Niemand die ooit van zo'n plek had gehoord.
Waarschijnlijk was Ouwe Trucker een Parijse clochard, die op één of andere manier in België verzeild was geraakt. Hoe dan ook, de rijkswacht slaagde er niet in de identiteit van Ouwe Trucker te achterhalen en hij werd geplaatst in een opvangtehuis voor daklozen. Iedereen ging ervan uit dat dit zaakje daarmee van de baan was.
Maar dat was buiten Ouwe Trucker gerekend...
De gekke grijsaard ontsnapte uit het opvangtehuis en dook korte tijd later op bij de transportfirma Van Keer & Quaghebuur, in Nevele. Het personeel deed heel wat moeite om hem de toegang tot de terreinen te beletten, maar Ouwe Trucker slaagde er uiteindelijk in binnen te dringen in het kantoor van de directeur.
'Ik moet uw dochter spreken,' zei hij.

'Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt!' antwoordde de directeur.
Ouwe Trucker liet zich echter niet zomaar afschepen, en om van het gezeur van de oude man verlost te zijn, ging de directeur ten slotte zijn dochter halen. Het gezin van de directeur woonde in een kast van een villa, die de directeur jaren voordien op de terreinen van de firma Van Keer & Quaghebuur had laten optrekken.
Toen het meisje in het kantoor van de directeur verscheen, en vóór de man hem dit kon beletten, nam Ouwe Trucker haar in zijn armen en drukte haar aan zijn borst.
'Ik ben je nooit vergeten, Vera!' riep hij uit. 'Ik hou nog steeds erg veel van jou en als het voor jou in orde is, dan kunnen we nu trouwen! Ik heb het geld, Vera! Ik ben een rijk man! Ik heb Smurry's Eiland gevonden! Er is niets dat ons geluk nu nog in de weg kan staan!'
Maar dat was dan wel buiten de vader van het meisje gerekend, dat zich rot geschrokken was toen die grijsaard in zijn vieze lompen haar plotseling tegen zijn borst drukte. De directeur greep in en gooide Ouwe Trucker op straat.
De volgende dag zat Ouwe Trucker alweer op de stoep van het kantoor van de directeur, de armen voor de borst gekruist, woest voor zich uit starend.
'Bent u het dan al vergeten!?' gilde hij verontwaardigd, toen de directeur verscheen. 'Of moet ík u dan herinneren aan de klus die ù mij hebt toevertrouwd!'
'Heb ik u dan een klus toevertrouwd?' vroeg de directeur, totaal uit het lood geslagen.
'En of! Ik moest van u een vrachtje afleveren op Smurry's Eiland, en dat heb ik gedaan! Ik heb woord gehouden, meneer! En wat gaat u nu doen?'

De directeur schudde lachend het hoofd. Het was al zolang hij zich kon herinneren een grapje onder zijn truckers: in plaats van iemand naar de pomp of naar de hel te wensen, zeiden ze dat die persoon maar eens naar Smurry's Eiland moest rijden. Het betekende zoveel als: 'Hoepel op, man!'
'Mijn truck heeft het begeven, maar ik heb mijn vrachtje afgeleverd, mijnheer! En nu eis ik mijn beloning op!'
'Welke beloning?'
'Uw dochter,' zei Ouwe Trucker eenvoudig. 'Als ik dat vrachtje naar Smurry's Eiland reed, dan mocht ik met uw dochter trouwen! U hebt zich altijd verzet tegen een huwelijk, want ik was maar een arme trucker met meer lef dan hersenen. Maar zij hiéld van mij en ik hou nog altijd van haar en nu moet u maar uw woord houden, mijnheer! Hoe hard u dat ook valt! Want belofte maakt schuld en wie ze niet houdt, krijgt een bult!'
De directeur begon schik te krijgen in de hele affaire, en informeerde of Ouwe Trucker kon bewijzen dat hij Smurry's Eiland inderdààd had bereikt, mét vracht.
'Ik wist wel dat u vroeg of laat met zo'n gemeen truukje voor de dag zou komen,' gromde Ouwe Trucker. 'Maar dat lukt bij mij niet, mijnheer! Ik heb mijn voorzorgen genomen! Of wat dacht u?'
En uit zijn binnenzak diepte Ouwe Trucker een groezelige en beduimelde zwartwit-foto op, waarop hij - nog als een jonge trucker - trots troonde bij het wrak van een vrachtwagen, die zo te zien ergens in de jaren vijftig zijn eerste kilometers moest hebben gereden. Op de achtergrond was een stuk van een autokerkhof te zien en een bordje waarop iets geschilderd stond. Nadat de directeur zijn leesbril had opgezet, zag hij dat er schots en scheef drie woorden op geschilderd waren: Smurry's Eiland. Open.

De directeur vroeg bedenktijd en Ouwe Trucker zei dat hij daar in kon komen en dat hij de directeur en zijn dochter drie dagen gaf om één en ander op een rijtje te zetten. Toen ging hij er vandoor.
De directeur was ondertussen wel geïntrigeerd geraakt door het verhaal van de dwaze landloper. Ook omdat hij de vrachtwagen op de foto had herkend... De vrachtwagen waarbij Ouwe Trucker - die toen blijkbaar nog een jonge trucker was - zo trots troonde, op dat autokerkhof dat luisterde naar de krankzinnige naam Smurry's Eiland. De directeur had die vrachtwagen herkend, omdat de achternaam van zijn vrouw op het zeildoek prijkte: Van Keer.
Nu was het zo dat het transportbedrijf waarover de directeur de plak zwaaide, destijds was opgestart door de vader van zijn echtgenote, de heer Willem Van Keer. De directeur, Karel Quaghebuur, was pas later in de zaak gekomen, en toen had de firma naast de naam van zijn schoonvader - en dus ook die van zijn vrouw - een tweede naam gekregen. En nu reden alle vrachtwagens van de firma met twéé namen op hun zeildoek: die van de directeur en die van de vrouw van de directeur, Van Keer & Quaghebuur.
De heer Quaghebuur vroeg zijn echtgenote die avond, bij een romantisch dineetje, of zij ooit verliefd was geweest op één van de truckers die bij haar vader in dienst waren, nog voor de heer Quaghebuur zélf ten tonele was verschenen. En mevrouw Quaghebuur antwoordde dat dit inderdaad zo was, maar dat haar vader de mening was toegedaan dat die trucker geen partij was voor haar. Uiteindelijk had hij de jonge trucker wandelen gestuurd met de belofte dat hij kon trouwen met zijn dochter, als hij erin slaagde naar Smurry's Eiland te rijden.
'Dat betekende zoveel als: nooit van mijn leven!' zei mevrouw Quaghebuur. 'Of ook wel: loop naar de hel.'

Door die verwensing was de jonge trucker ontstoken in een afschuwelijke woede. Hij had geschreeuwd dat hij de heer Van Keer op zijn woord zou nemen, hij had een vrachtwagen gestolen en was ermee vandoor gegaan.
Drie dagen later werd de vrachtwagen teruggevonden, leeg, rijp voor de schroothoop. Van de jonge trucker was geen spoor te bekennen. Men had aangenomen dat hij zelfmoord had gepleegd, en dàt - zo dacht iedereen - was het tragische einde geweest van wat een mooi verhaal had kunnen worden.
Maar blijkbaar had de jonge trucker géén zelfmoord gepleegd. Blijkbaar had die verwensing zijn arme hoofd ook helemààl op hol doen slaan, en had hij in zijn waanzin bijna veertig jaar lang koortsachtig gezocht naar een plek die niet bestond, in de hoop toch nog te kunnen trouwen met zijn liefje van lang geleden.
De vrouw van de directeur had destijds niet zo lang getreurd om haar jonge trucker. Een andere jongeman was komen opdagen, een knappe jongeman met hersenen en met centen. Haar vader had die jongeman graag de hand van zijn dochter gegeven. Hij zou een goede directeur worden van zijn firma, als hij er niet meer was.
De vrouw van de directeur had indertijd niet zo lang getreurd, maar nu ze hoorde dat haar jonge trucker in de gedaante van Ouwe Trucker na al die tijd opnieuw ten tonele was verschenen, was ze er toch wel de kop van in. Om begrijpelijke redenen verzweeg de heer Quaghebuur voor haar dat hij een afspraak met Ouwe Trucker had gemaakt, voor binnen drie dagen. Zijn dochter Vera drukte hij op het hart niet met haar moeder te praten over het eerste bezoek van Ouwe Trucker.
Toen Ouwe Trucker, zoals afgesproken, drie dagen later weer op de stoep voor het kantoor van de firma Van Keer & Quaghebuur zat, liet de directeur hem vriendelijk binnen komen en bood hij hem een

Wat vond de Fan ervan?

Verhaal met magisch-realistische trekjes, waarmee Patrick bewijst dat-ie alle genres aankan.

Bernauws Feed 

Loading Fetching RSS feed... please stand by

Wat vond Patrick er zelf van? (deel 1)

Springsteen, urban legends of zogenaamde "broodje aap verhalen"(over auto's en snelwegen) en een tocht door de mist leverden deze griezelroman op. Zoals wel vaker in mijn geval is het een 'kadervertelling' geworden - ik voel mij toch nog altijd meer een schrijver van verhalen dan een romanauteur.

Wat vond Patrick er zelf van? (Deel 2)

Ik dacht dat geen kat 'm zou lusten, vanwege de surrealistische inslag zo af en toe, maar het boek kreeg lovende kritieken en was al na enkele maanden aan een tweede druk toe. Eén van de verhalen die verteld worden in Spookrijders, vormt nog steeds de 'opener' van De Sterke Verhalen Blues.

Legenden van de Lage Landen 

Dit is de BUKISA SITE van de Vlaamse schrijver PATRICK BERNAUW, gewijd aan de LEGENDEN VAN DE LAGE LANDEN, met nogal wat klassieke en moderne sagen, mythen en legenden, raadsels en sterke verhalen uit Vlaanderen en Nederland.

Loading Fetching RSS feed... please stand by

Gastenboek! 

Like this lens? Want to share your feedback, or just give a thumbs up? Be the first to submit a blurb!

Recensie, boekbespreking, boekverslag, samenvatting... 

BIBLION RECENSIE:

Johnny, een 18-jarige drugskoerier, rijdt zonder rijbewijs door de nacht in een gestolen Mercedes: hij moet een koffertje met cocaïne afleveren op een onbekende plaats. Zijn moeder is er met een andere vent vandoor gegaan toen hij 6 was, zijn vader is gestorven aan kanker en zijn grote broer is verongelukt. De tocht door de mist is eenzaam, herinneringen en hallicunaties wisselen elkaar af: het zijn gebeurtenissen waarin heden en verleden door elkaar lopen en waarin mysterieuze verdwijningen en onverwachte ontmoetingen plaatsvinden. Is in het verhaalverloop sprake van grootspraak, een sterk verhaal, of stuit de lezer echt op het spoor van een misdaad. De jeugdroman is goed geschreven en prettig leesbaar; de tekst is gelardeerd met passende liedteksten van bekende rocksongs van Bruce Springsteen. Het verhaal blijft tot het eind toe spannend en mysterieus. Mooi gebonden boek met een collage-achtige omslagtekening van een jongensgezicht en kapotte auto's. Vanaf ca. 14 jaar.

BOEKVERSLAG www.scholieren.com/boekverslagen/17070

A. Algemene gegevens.

1.De titel van het boek is;"Spookrijders".
2.De schrijver van het boek is;"Patrick Bernauw".
3.Het jaartal van het boek is;1997.
4.Het boek is gedrukt door; Davidfonds.
5.De eerste druk van het boek was in;1997.

B. Samenvatting van het boek.

Johnny heeft het moeilijk, z'n broer Bob is overleden en ook z'n vader. Z'n moeder is er met een ander vandoor gegaan. Hij heeft geen geld en neemt een klus van Mefisto aan, een goede vriend van Bob. Hij moet een koffertje met coke naar Dr. Smurry brengen in Smurry's eiland. Hij krijgt een mercedes'71 en gaat op pad het is erg mistig en hij ziet de weg haast niet. Bob praat nog altijd in z'n hoofd. Opeens komt er een motor voorbij die hem probeert uit te dagen. Johnny gaat steeds harder rijden. De vreemde persoon die erop zit wil iets van hem maar Johnny laat zich niet aan de kant zetten. De motorrijder scheurt weg. Hij moet tanken en komt bij een verlaten tankstation. Hij kruipt naar binnen. Eenmaal binnen komt er nog een man naar binnen Otto de rijkswachter. Hij pakt hem niet op maar ze maken een praatje. Het lijkt wel of Otto hem wil tegenhouden want hij zegt steeds dat Johnny nog even moet blijven. Hij vertelt verhalen en het wordt al laat. Otto zegt dat het te gevaarlijk is om te gaan rijden en vraagt of Johnny blijft slapen.( Zijn broer is al een hele tijd stil in z'n hoofd). De volgende dag gaat hij weer rijden. Hij snakte naar een sigaret, daar zag Johnny een parkeerterrein hij ging erheen stapte uit en hoorde harde rock muziek. Er zal wel een party aan de gang zijn. Johnny ging naar binnen en wou een kop koffie. De serveerster rook en leek erg op de vroegere vriendin van Bob. Johnny liep naar de Dj toe en vroeg of ze zijn lieveling plaat ook kende. De man leek van de achterkant erg op Bob, de man draaide zich om en alles werd zwart voor Johnny's ogen. Toen hij wakker werd dacht hij gelijk aan het koffertje het koffertje was open gemaakt en Johnny proefde wat coke maar het bleek gewoon suiker te zijn. Toen hij erweer vandoor ging kon hij bijna niks zien door het nevel. Hij dook de vangrails in maar gelukkig redde een meisje hem. Jonnhy nam haar mee. Ze heette Suzie, onderweg werd Suzie wagenziek, ze moestten stoppen maar ze rende weg. Johnny vond haar i.d. kaart en stond op dat ze op de Weggevoerdestraat woonde, ze heette Suzie van Ginderen. Johnny ging erheen maar haar moeder zei dat ze in 71' met de mercedes uit 71(de auto waar Johnny nu in rijd) meegenomen is door Dr. Smurry die wel vaker meisjes mee nam. Johnny ging naar het kerkhof want ze hadden haar al begraven omdat ze dachtten dat ze toch nooit meer terug zou komen. Opeens dook er een jongen achter een graf vandaan het was Adelantado, een vriend van Suzie. Hij zei dat hij wist waar Smurry's Eiland was en bracht Johnny erheen. Hij vertelde dat ze daar altijd speelde en het er erg spookachtig was. Ook was er nog een vriend genaamd wilde Billy. Johnny moest even plassen en weg was Adelantado. Johnny ging erheen en zag Dr. Smurry in een rolstoel zitten, er zaten allemaal apparaten aan. Dr. Smurry liet hem allemaal auto's zien, het rare was dat in alle auto's iemand vermoord was. Dr. Smurry drukte op een knopje op z'n rolstoel en er kwam een liedje uit Johhny B Goode. Johhny zetten het op lopen en Dr. Smury kwam achter hem aan. Johnny werd in zijn auto wakker en dacht dat hijhet gedroomd had, hij stapte uit en zag dat er door de bliksem niks meer van Dr. Smurry over was behalve zijn apparaten en een hoopje as. Ook Bob stond naast de auto. Johnny liet zijn auto verongelukken en bracht het koffertje terug naar Mefisto. Zo kon Johnny weer samen met zijn broer verder leven.

C. Begin en eindzin.

1e zin: die ochtend had Johny nog een wandeling op het strand van Westende.

Laatste zin: "Welkom thuis Black Bob."

Bij de eerste zin komt johny Mefisto tegen en bij de laatste zin dan zegt hij dat zinnetje tegen zijn broer, en dan is alles weer oke!

D. Tekstfragment.

Hij alleen kon de gedaante zien, wist Johny. Hij alleen, en dat was een hele geruststelling.
"Dag Johny Boy."
"Dag Black Bob."
Hij alleen kon de stem van de schim horen. Hij alleen. Johny glimlachte. Eindelijk waren ze weer samen. Eindelijk konden ze weer zij aan zij oplopen. Naar huis.
"Welkom thuis Johny Boy."
"Welkom thuis Black Bob."

Ik heb dit stukje gekozen omdat dat ten 1e iets meer informatie over de laatste zin in het boek geeft en ten 2e , omdat het voor Johny een emotioneel en gevoelig moment is en dat komt bijna niet in dit boek voor.

E. Hoofdpersoon.
Johny is een jongen van 18 jaar,het is een aardige jongen maar hij is eigenlijk ook een dief. Zijn moeder ging vreemd toen hij 6 jaar oud was en zijn vader stierf aan kanker toen hij 12 jaar oud was, hij heeft dus een zwaar leven achter de rug.

F. Eigen mening.

Ik vind het een goed, spannend en geloofwaardig boek.
Het boek is gemakkelijk te lezen en het was ook leuk om het boek te lezen.

G. Tijd.

Ik heb ongeveer 10 dagen over het boek gedaan elke avond ongeveer zo'n 30 a 40 minuten.
Over het verslag heb ik ongeveer zo'n 3a4 uur over gedaan.

H. Verwerkingsopdracht.

Opdracht nr. 6

Interview met Johny.

I=interviewer
J=johny

I: Johny, waarom heb je nu in hemelsnaam die cocaine vervoert?

J: We hadden op het moment veel schulden en weinig geld, en toen mij deze baan werd aangeboden liet ik me dat niet een 2de keer zeggen.

I: Wat voor straf heb je naderhand gehad?

J: De straf die ik heb gekregen viel nog aardig mee, ik heb een taakstraf van 340 uur gekregen.

I: De straf die je hebt gekregen viel dus uiteindelijk wel mee, hoe komt nou?

J: Ik heb de lading cocaine eerlijk terug gebracht en ik heb het geld geweigerd.

I: Oke dan Johny, bedankt voor de interview!
http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=486 (ingezonden door Zipo):

Patrick Bernauw speelt echt met de taal, hij gebruikt veel taalspelletjes die je zelf moet doorgronden. Bv: leven is nevel. Hij gebruikt die het hele verhaal door. Nevel is niet alleen een taalspelletje, maar ook een weerverschijnsel dat in het boek voorkomt en verwijst ook naar de emotionele gemoedstoestand van Johnny. Dat maakt het boek zo boeiend. Ook in het gebruik van namen is hij zeer sterk. Zo kiest hij voor de man die Johnny op het verkeerde pad zet de naam Mefisto. Mefisto is een duivelsnaam. Ook de naam Bob verwijst later in het verhaal naar de BOB'er die Johnny ook weer probeert tegen te houden om naar Smurry's eiland te gaan. En ook bij Smurry's eiland gebruikt hij een verwijzing naar het Nederlandse woord voor troep: smurrie.

Hij gebruik ook vaak elliptische zinnen, ook weer om het verwarrender te laten lijken: Keek nogmaals. Een motorman. Een manmotor. Zoiets.

Ik vind het een zeer goed boek, het is geschikt voor mijn leeftijd, en het is aan te raden. Een aanrader.

by PatrickBernauw

Patrick Bernauw werd geboren op 15 april 1962, woont sindsdien in Erembodegem, is sinds 1984 getrouwd met Elke en heeft sinds 1990 een dochter, Ineke.... (more)

Explore related pages

Create a Lens!